Draap is een beetje schaap én een beetje draak. Hij is op zoek naar een vriend, maar de draken lachen hem uit en de schapen zijn doodsbang voor hem. Hij hoort helemaal nergens bij: ‘Ik ben anders, denkt Draap. Ik ben niet perfect.’ Maar dan komt hij Poend tegen, een beetje poes en een beetje eend. Die stelt hem voor aan Beeuw (beetje beer, beetje meeuw), Slond (beetje slang, beetje hond), Muizedis (beetje muis, beetje hagedis) en andere bijzondere dierenvrienden. Draap komt er zo achter dat bijzonder veel beter dan perfect is!
De Vlaamse kinderboekenmaakster Thaïs Vanderheyden brengt in Draap allerlei bijzondere dieren tot leven. Er zit geen expliciet queer thema in het boek, maar Draap is een heel aandoenlijk dier en ook een mooie metafoor om te praten over ‘anders zijn’ en ‘jezelf zijn’ in het algemeen. De tekeningen zijn vooral heel lief en vrolijk, waardoor het boek al voor de jongste kinderen erg geschikt is.
TIP!
Na het voorlezen van een prentenboek kun je natuurlijk meteen het gesprek aangaan over het verhaal of het thema, maar sommige boeken lenen zich ook uitstekend voor een tekenopdracht! In Draap worden er allemaal bijzondere dieren opgevoerd, zoals de Muizedis en de Olifalm. Welke dieren kunnen de kinderen allemaal bedenken? Laat ze hun eigen bijzondere dieren tekenen.